Rio de Janeiro: (4) Op weg naar Rio

De eerste missie naar Rio de Janeiro, als gringo tussen de Braziliaanse studenten…

Dag 2, 02.00


Eenvoudige optelsom: Belo Horizonte – Rio de Janeiro: slechts 445 km

Engel
Om twee uur in de nacht kon de bus eindelijk vertrekken. Ik had tot mijn verbazing dezelfde zitplaats – poltrona nummer 35 – als tijdens mijn reis naar Salvador. Maar het was een andere bus, want deze stoel was wel verstelbaar. In de bus die ons naar Salvador vervoerde, kon ik de stoel niet in de luier/slaapstand zetten. Maar er was toen een engel die haar slaapplaats met mij deelde, Carol. Zodoende kon ik op weg naar Salvador, een busreis van meer dan 24 uur, alsnog van een heerlijke nachtrust genieten. Op weg naar Rio was mijn engel niet bij me. Carol moest werken, ik moet toegeven dat ik haar heb gemist. Nu had ik twee zitplaatsen voor mij alleen, ik kon mijn benen uitstrekken.


Circulerende roofvogels in de lucht…

Bergen
Aanvankelijk was het een dolle boel in de bus. Er werd gezongen, gedronken. Maar het was meer ingetogen dan tijdens de reis naar Salvador. Waarschijnlijk had het heftige feest ervoor hun energie opgeslokt. In nog minder dan anderhalf uur leek iedereen in dromenland. De ogen gesloten, het lichaam zo gemakkelijk mogelijk als het mogelijk was in de stoel. De gelukkigen met twee stoelen kon hun benen heerlijk strekken. We waren nu overgeleverd aan de chauffeur. Zijn taak is ons veilig naar Rio te bussen. Dwars door het berglandschap van Zuid-Minas, over soms vervaarlijke berghellingen en afdalingen. Bergwegen die soms zeer verraderlijk zijn als het heeft geregend. Aardverschuivingen zijn in dit gebied niet zeldzaam.


Indrukwekkende luchten onderweg..

BR040
De snelweg – BR040 – voert langs de antieke en bezoekenswaardige stad Congonhas – beroemd vanwege de 12 standbeelden van apostelen, vervaardigd door Alejadinho -, langs Barbacena, Santos Dumont – stad van de beroemde Braziliaanse luchtvaartpionier -, Juiz de Fora. Pas dan wordt de grens van Minas en Rio gepasseerd. Het was onderhand licht geworden toen we Juiz de Fora passeerden. Nu moesten we over een bergketen, uitlopers van de Serra de Mantiqueira. De zon scheen vriendelijk, de bergentoppen werden omringd door een dunne laag wolken. Een adembenemend gezicht aan de rechterkant. Ik had de pech dat ik niet rechts zat, maar aan de linkerkant. Maar ook aan de linkerzijde was het uitzicht schitterend. Steile bergwanden, afgewisseld door diepe dalen. Een ruig berglandschap. We hadden de vensters van de bus gesloten, want hoog in deze bergen, in de vroege ochtend woei een koude bries. Koud in de zin van een graad of 15 of zelfs iets lager.


Een wolkenlaag siert de bergtoppen

Deelstaat Rio
De bus reed de deelstaat Rio de Janeiro in, op weg naar Petropolis. De stad waar Alberto Santos Dumont zijn laaste levensjaren sleet voor hij zelfmoord pleegde. We reden nog steeds in bergachtige streken. De zon klom aan de hemel, won aan kracht en warmde de bus en ons op. De vensters waren weer geopend, de frisse bries had plaatsgemaakt voor een verkoelend windje. Vanuit Petropolis is het nog een kleine afstand naar Duque de Caxias en uiteindelijk Rio zelf. De weg werd een echte snelweg, een meerbaans weg. De weg stroomde vol, en raakte verstopt toen we uiteindelijk op een van de aanvoerwegen naar Rio-Stad terechtkwamen. De bus minderde vaart en nam zijn plaats in het vertraagde verkeer. Af en toe werd er stapvoets gereden, geregeld stonden we stil. De ochtendspits in Rio.


Tweemaal moest de bus stoppen om tol te betalen.

Spitsenprobleem
Over ochtendspitsen gesproken: er wordt steen en been geklaagd over de spitsen in de grote steden in Brazilië. Megasteden als Rio en São Paulo zijn in de ochtend haast niet te bereiken, dankzij de talloze files. In totaal kan de filelengte oplopen tot meer dan honderd kilometer. In Belo Horizonte zijn ook files te melden, maar zijn aanzienlijk korter en duren korter. Een Nederlandse of Belgische forens die dagelijks met files te maken hebben zullen nog een glimlach vertonen bij het horen van ‘slechts’ honderd kilometer file in totaal. Want zijn we in beide landen niet gewend aan langere files? Steden als Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Brussel die in de ochtend verstopt en onbereikbaar zijn. Geregeld stond ik in de file toen ik vanuit Leuven naar Breda reed. Het was niet ongebruikelijk om meer dan 4 uur in de auto te zitten voor een afstand van iets meer dan 100 kilometer. Zelfs met de fiets had ik sneller kunnen zijn geweest op dat moment. Als ik de Brazilianen verhaal over ‘onze’ files, gaan hun monden wagenwijd open van verbazing. “Zelfs erger als bij ons??” “En in jullie land is alles toch zo goed georganiseerd en geregeld?” . True, maar veel forensen kiezen nou eenmaal de relatieve rust buiten de werkstad…

Rio de Janeiro: (3) Een heftig studentenfeest vooraf

De eerste missie naar Rio de Janeiro, als gringo tussen de Braziliaanse studenten…

Dag 1, 22.00 u

Dromen
Reeds lange tijd droomde ik van een bezoek aan de fameuze stad Rio de Janeiro, de stad die in Brazilië de reputatie geniet als een van de mooiste steden van het land. Rio, met haar veelbesproken stranden, haar spraakmakende carnaval, maar ook met haar beruchte reputatie als gewelddadige stad. Vanwege het laatste gegeven heb ik de stad moeten vermijden, als gringo zou ik grote kans lopen slachtoffer te worden van een of andere criminele activiteit. Alleen, op eigen houtje Rio bezoeken, dat lijkt vragen om moeilijkheden. Elke keer als ik in gesprek raak over mijn indrukken over Brazilië, wordt mijn mening gevraagd over Rio. Ik moet hen teleurstellen met mijn respons dat ik die stad nog niet gezien heb. Dan volgt een stevige aanbeveling (“Je MOET deze schitterende stad bezoeken!”) of een stevige waarschuwing (“Je MOET een bezoek aan Rio uit je hoofd zetten, veel te riskant!”).

Wachten
Duidelijk. Ik zal niet in mijn uppie Rio verkennen. Ik moest wachten op een goede mogelijkheid, op medereizigers – Brazilianen – die de stad kennen en mij door de stad zouden kunnen gidsen. Ik moest geduldig wachten. Meer dan twee jaar tot ik eindelijk de kans kreeg met een groep studenten de stad te gaan bezoeken. Joho! Ik aarzelde niet, ik greep deze unieke mogelijkheid met beide – reeds gebruinde – handen aan. Nog geen dag later zou om elf uur in de avond worden vertrokken, op donderdagavond. De eropvolgende dag – vrijdag – was een vrije dag, de feestdag van de patroonheilige van de stad Belo Horizonte. Een lang weekend lag dus in het verschiet. Een lang weekend in Rio. Strand, zon, zee, …


Spelen met vuur…

Heftig
De organisator van deze reis lichtte mij in dat diezelfde avond een studentenfeest zou zijn in de naburige faculteit. Een heftig feestje, beloofde hij. Die avond rondde ik mijn werkzaamheden vroeg af, keerde naar het appartement terug om mijn rugtas met werkspullen in te ruilen in een weekendtas met strandkleding, zonnebrandcrême, mijn vertrouwde slippers en niet te vergeten mijn onmisbare camera. Die avond miezerde het, een weerbeeld dat een reis naar zonniger en warmer Rio rechtvaardigt. Ik liep met mijn weekendtas naar de faculteit waar dat zogenaamde heftig feestje zou worden gehouden. De herrie die door reusachtige luidsprekers werd uitgespuwd golfde mij tegemoet. De locatie was niet te missen. Een geïmproviseerde ruimte die beschutting bood tegen het gemiezer en de avondkoude. Een ruimte vol studenten van diverse pluimage, maar het merendeel zou je als alternativos kunnen beschouwen. Studenten met kissies, met lange wapperende haren of gebonden in een flinke paardenstaart, compleet met modieus sikje, zware bakkebaarden, of volledig bebaard. Studentes met een ingekort kapsel, vaak van een aparte kleur voorzien in alle mogelijke kleuren van de regenboog, variërend van vuurrood tot pimpelpaars. Van veel studenten waren de gezichten gepierced, in de wenkbrauw, in de neus, lip, oor, of wang. Ook de tatoeages ontbraken niet. Stoere prenten op de bovenarmen, plakkaten op de rug, tribal signs op de onderrug, kleinere tekeningen in de nek en op de enkels.

Cachaça
Deze studenten genoten van de alternatieve Braziliaanse muziek, maar opvallend genoeg ook van een live optreden van een plaatselijke band die jazzstukken speelde. Een aanzienlijk contrast. De studenten genoten van blikjes ijskoud bier of van meegebrachte cachaça. Een van hen had zelfs een PET-fles van 2 liter bij zich, die aan het begin van de avond nog vol was. Nu was deze fles bijna leeg, 2 liter cachaça, een sterke drank. Als ik een dergelijke hoeveelheid naar binnen zou werken – theoretisch! – zou ik enkele dagen volledig van de kaart zijn, for sure! Deze student moet een rasdrinker zijn of een afwijking hebben in het ADH-gehalte. Het ADH, voluit alcoholdehydrogenase, dat alcohol efficiënt afbreekt.
Ik kende slechts enkele van de aanwezige studenten, hen had ik reeds leren kennen tijdens mijn vorige – gedenkwaardige – reis naar Salvador, onderhand een half jaar geleden. Dat ik slechts een beperkt aantal kende deze avond, was geen belemmering kennis te maken met twee handenvol onbekenden. Geheel in de traditie van Braziliaanse openheid en hartelijkheid worden gesprekken zonder ijsbrekers aangeknoopt en voor je het weet raak je betrokken in een levendige discussie over diverse Braziliaanse studentenaangelegenheden. Maar zogauw deze studenten erachter komen dat ik een Hollandees ben, krijgt het gesprek een voor mij reeds voorspelbare wending.

Amsterdam
Standaardvragen of ik Amsterdam ken (“ja, ik heb er een aantal jaren gestudeerd”), of het waar is dat je in Amsterdam onbelemmerd marihuana mag roken (“is wettelijk niet toegestaan, maar wordt gedoogd”). Dat laatste is voor veel studenten niet te bevatten. Ze hebben talrijke indianenverhalen gehoord over de coffeeshops waar talloze soorten wiet wordt verhandeld, wordt weggestoomd en waar straffe speeskeek verkrijgbaar is. Ze kijken er verrast van op als ik hen vertel dat momenteel een tendens is het gebruik in te perken, dat niet overal ongestraft wiet mag worden gepaft, dat coffeeshops worden gesloten.
En ken je het “Distrito Vermelho”? Of ik dat ken? De Rosse Buurt ligt dicht tegen het centrum aan, en is een bezoek waard tijdens Koninginnedag. Menig maal werd ik gevraagd vrienden rond te leiden door deze buurt. Zodoende ken ik het stratenpartoon enigszins. En heb ik het erotisch museum tweemaal bezocht. En laat nou op datzelfde moment, tijdens dit feest, op een kale muur een tekenfilm worden vertoond. Een erotische tekefilm die ik eerder in dat museum had gezien. Wat een toeval! De studenten joelden bij het zien van deze erotische karikaturen. Voor velen onder hen was dat regelrechte sensatie.

Kaartje
Als Hollandees lijk ik ergens op mijn lijf een soort kaartje te hebben met daarop geprint: “Europeaan, dus gestudeerd, rijk en mogelijkheid om in Europa te wonen en werken”. Ik heb dit kaartje nooit kunnen achterhalen, maar veel Braziliaanse studentes blijken daar een gevoelige neus voor te hebben en trachten derhalve mijn aandacht te trekken, “want je weet maar nooit….” Zeker als het gerucht de ronde gaat dat ik vrijgezel ben. En hoe vaak moet ik ze teleurstellen dat de deur naar Europa momenteel hermetisch is dichtgetimmerd voor hen die willen werken en wonen. Ik kan me niet voorstellen dat ze Nederlandse taal en cultuur willen leren, met mij een bepaalde tijd willen samenwonen (ze moeten dan trouwen!), en bovendien nog een baan moeten zoeken met een salaris die een veelvoud is van het Braziliaanse modale salaris. Arme schatten! De volhouders blijven dicht in mijn buurt, kleven soms letterlijk aan mij. Ik heb daar geen moeite mee, ik heb me ook in dit opzicht aangepast en zie het niet als hinderlijk klef gedoe, maar als een aangename geste. Waarom zou ik moeilijk doen tegen deze studentes?

Moedertje
De avond vorderde, ik vermaakte me uitstekend met een van de wanhopige studentes die dicht in mijn buurt bleef die avond. Ze was licht getint, een morena, en bleek een jonge moeder te zijn met een dochtertje van reeds vier jaar. Een alleenstaande moeder. Plots werd op mijn schouder getikt door Jader, de organisator van de reis, het was hoog tijd om ons naar de bus te begeven. De tijd was voortgesneld in de richting van de wisseling van de dag. Het jonge moedertje keek beteuterd, ze wilde maar al te graag mee naar Rio, maar ze had geen geld genoeg. Jader bood haar aan de kosten van de busreis op zich te nemen, zodat ze slechts de logies hoefde te betalen. Maar zelfs dit bedrag bleek te hoog voor haar. Ze had geen andere optie dan afscheid te nemen van mij en haar weekend thuis door te brengen. Onderwijl gaf een vuurspuwer een klein optreden. We keken gedrieën naar zijn vurige vertoningen. Het meisje drukte zich nog dichter tegen me aan, alsof ze nog wilde genieten van de laatste momenten van mijn aanwezigheid deze avond. De hoogste tijd. We namen afscheid. Ze drukte een klein propje papier in mijn handen. Ik opende het. Daarop geschreven haar telefoonnummer. Of ik haar na mijn reis wilde bellen. Ik liep met Jader naar de bus.

Eindelijk
Het reisgezelschap van Mission RIO Iwachtte geduldig op ons. We waren de laatsten die de bus bestegen. Het was reeds twee uur in de nacht. Meer dan de hoogste tijd voor het vertrek zuidwaarts naar Braziliës tweede stad…

Rio de Janeiro: (2) Een voorbeschouwing (2/2)

(Vervolg van voorbeschouwing 1/2)

Mission RIO III
Begin januari 2007 was ik weer in Rio. Ik was uitgenodigd om een biënnale bij te wonen van de Braziliaanse Studenten Unie (UNE). Een biënnale op het gebied van Kunst, Cultuur en Wetenschap. Een bijeenkomst met meer dan tienduizend studenten uit alle deelstaten. Van Roraima in het noorden tot Santa Catarina in het uiterste zuiden. Een programma vol muziek, dans, met als hoogtepunt het optreden van de populaire popgroep Lenine. Voor mij had deze missie ook een persoonlijk dieptepunt: mijn geliefde digitale camera gaf de geest, kon niet meer gerepareerd worden. Dus van deze missie heb ik geen fotomateriaal, maar wel een lading vol herinneringen en anekdotes. Tijdens deze derde missie werd veel gewandeld. Langs de stranden van achtereenvolgens Leme, Copacabana, Arpoador, Ipanema, naar Lagoa en in de avond weer terug naar Urca. Een dag later een voettocht naar het letterlijke hoogtepunt van Rio: De Corcovado met op de top Cristo Redentor, het dertig meter hoge standbeeld van Christus, het bepalende beeld van Rio. Zonder twijfel. Tijdens deze missie heb ik meer van Rio gezien, is Rio minder onbekend voor mij geworden, ben ik nog meer van Rio gaan houden.

Mission Rio IV

Oktober 2007. Het lange weekend dankzij de nationale feestdag van de Braziliaanse patroonheilige Nossa Senhora da Aparecida op 12 oktober. Op diezelfde dag werd de Braziliaanse Kinderdag gehouden. Tijdens deze vierde missie besteeg ik de Corcovado tweemaal, en was ik eindelijk in de gelegenheid foto’s te maken van het immense Christusbeeld en het adembenemende uitzicht vanaf de top. Op een andere dag werd het Museum voor Eigentijdse Kunsten (MAC) in Niterói bezocht, gevolgd door een bezoek aan het Fort Santa Cruz. Het museumgebouw, dat op een vliegende schotel lijkt, behoort tot een van de meesterwerken van de honderdjarige Braziliaanse architect Oscar Niemeyer. Op de laatste dag werden we geconfronteerd met Orgulho Gay, de gayparade in Rio. Voor ons was deze parade een doldwaze beweging.

Mission Rio V

Maart 2008. Het was vroeg Pasen, en nog zomer in Brazilië. Veel Brazilianen maakten dankbaar gebruik van dit lange weekend om nog van de laatse zomerzonstralen te genieten. Met als gevolg overvolle wegen en overvolle stranden. Een ochtend besteedde ik aan het opnieuw bezoeken van de botanische tuin. Een andere dag werd nuttig besteed in Barra da Tijuca. Op de laatste dag werd een rondvaart gemaakt in de Baai van Guanabara, met prachtige uitzichten op de steden Rio de Janeiro en Niterói.

Mission RIO VI, .. ?
Vijf missies Rio, veel gezien, veel ervaren, vol herinneringen. Maar Rio is meer, heeft meer. Al deze dagen (21 in totaal) zijn niet genoeg gebleken Mijn missies RIO zijn alsnog niet voltooid, ik moet terugkeren….

Rio de Janeiro: (1) Een voorbeschouwing (1/2)

Een nieuwe serie over persoonlijke indrukken opgedaan in een Braziliaanse stad, ditmaal in Rio de Janeiro. Een kleine voorbeschouwing.

Onbekend….,
Rio de Janeiro, kortweg RIO. Bij slechts weinigen onbekend. Rio, geassocieerd met Carnaval, de stranden van Copacabana en Ipanema, maar ook met misdaad, grof geweld en talloze moorden. Rio, een stad van uitersten. Een stad die zeer geliefd is, maar ook angstvallig wordt vermeden. In dit opzicht mag je deze tweede stad van Brazilië een klein beetje vergelijken met Amsterdam. Als `provinciaal` heb ik Nederlands hoofdstad lange tijd gemeden. Want er werd gezegd: `Het is er gevaarlijk, je kan er beter niet heengaan. Voor je het weet….` Deze uitspraken zullen niet onbekend zijn voor menig lezer. Maar ik ging er uiteindelijk wel heen. Ging er zelfs studeren. Ik ging daar uit, ik heb daar veel rondgezworven. Door de smalle steegjes, langs de vele grachten. Ik heb Amsterdam leren kennen, leren houden van deze unieke stad met zijn rijke historie.

Vermeden
Zo was het voor mij ook het geval met Rio. Als ´gringo´ werd mij met klem aangeraden Rio te vermijden, want: `Het is er gevaarljk, je kan er beter niet heengaan. Voor je het weet…`. Hetzelfde verhaal dus. Als inwoner van Minas (Mineiro) zou ik me als een Braziliaanse provinciaal kunnen gaan beschouwen, invergelijking met het meer mondaine Rio en São Paulo. In december 2006 ging ik er uiteindelijk naar Rio, met een gezelschap van de universiteit.

Mission RIO I
De eerste missie Rio was voor mij een voorzichtige verkenning. Ik was en bleef voorzichtig, voortdurend op mijn hoede. Maar ik liet dit niet te veel blijken. Met de dag leerde ik het district van Copacabana en Ipanema beter kennen. Ik observeerde de mensen op straat. Hoe ze zich kleedden, of ze sieraden droegen, hoe ze hun bezittingen met zich torsen. Al gauw viel het me op dat de meerderheid alsnog sieranden droegen: blinkende armbanden, horloges, kettingen. Objecten die mogelijk doelwit kunnen zijn van loerende straatrovers. Als zij deze sieraden kunnen dragen, zijn deze sieraden mogelijk nog geen real waard, of het is daar inderdaad redelijk veilig. De handtassen werden over het algemeen losjes in de hand gedragen, een enkele maal aan de voorzijde gehangen. Ik paste mij daar wat mee aan, zodat ik daarmee niet zou opvallen.

Mission RIO II
Een week later ontving ik een uitnodiging voor nog een reis naar Rio: Missie Rio II. Nu werd het relatief veilige Copacabana verlaten en werden het centrum en Niteroi verkend. Ik bezocht het toeristenbureau – dat overigens goed verborgen is op de negende verdieping van een universiteitsgebouw in het centrum – en informeerde daar naar de veiligheid in het centrum. Ik kreeg als antwoord dat overdag redelijk veilig is vanwege de massale aanwezigheid van het publiek, maar dat in de avonduren en in de nachtelijke uren inderdaad niet raadzaam is je alleen op straat te begeven. Ik ging op verkenning uit in het oude centrum van Rio, proefde de vergane glorie en rijkdom van de voormalige hoofdstad van het land. Antieke huizen, die sterke vergelijking vertonen met de stijl die mij bekend is in Europa, vooral in Portugal. Smalle steegjes, talloze winkeltjes, restaurantjes, barretjes. Een veelvoud aan kerken en kerkjes, met een overmaat aan blinkend goud in zich. De muren en plafonds bekleed met bladgoud. Het verblindde mijn ogen. Op een dag volgde een bustocht naar Niteroi, naar een afgelegen strand. Een tocht langs de haven van Rio, over de lange brug die Niteroi met Rio verbindt, met een geweldig uitzicht over de stad aan de andere zijde van de lagune. Op een derde dag werd de Morro da Urca beklommen. Een redeljk eenvoudige en korte klim. Meer dan de moeite waard, want de beloning was een adembenemend uitzicht over een groot deel van de stad. Uitzicht over het centrum, over Botafogo en Flamengo. Ik leerde Rio beter kennen, ik begon meer van Rio te houden.